Gevolgen

Menselijke en financiële verliezen

Na de slag brengt men de gevangenen en de kostbare strijdrossen samen. Vooral de bondgenoten van Brabant doen een goede financiële zaak en maken veel gevangenen, omdat de Brabanders – volgens van Heelu – te vermoeid zijn door de veldslag om veel buit in te zamelen. Een tweede reden is dat de Brabanders geen gevangenen wilden maken tot duidelijk was dat zij aan de winnende hand waren. Ook het voetvolk komt aan zijn trekken, omdat zij zonder onderscheid de lijken van vriend en vijand plunderen, zodat later de doden ook niet meer geïdentificeerd kunnen worden en samen in een massagraf verdwijnen.

De veldslag heeft zeker 5 à 6u geduurd. Hoewel de Brabantse hertog het vermoedelijk betreurd zal hebben dat de graaf van Luxemburg gesneuveld was – in principe probeert men elkaar gevangen te nemen voor losgeld – toch was het handig dat hij zijn grootste concurrent voor de hertogstitel van Limburg kwijt was. Dat bovendien de twee andere aanvoerders, de graaf van Gelre en de aartsbisschop van Keulen, gevangen genomen waren, was de kers op de taart. Daardoor waren zij tijdelijk uitgeschakeld en konden zij de ambities van hertog Jan niet meer schaden.

Voor de overwinnaars moet de buit aan gevangenen, paarden, wapens en wapenuitrusting groot geweest zijn, omdat – behalve de heer van Valkenburg – geen enkele vijandelijke aanvoerder het slagveld levend of als vrij man verlaten heeft.

Aantallen van verliezen geven is zeer moeilijk. Verliezen betekent trouwens niet het aantal doden, maar het geheel van doden, gewonden, gevangen, gedeserteerden en vermisten. Het is moeilijk, omdat er vaak weinig gegevens over zijn, omdat er nog veel mensen na de slag aan hun verwondingen bezwijken, omdat men vaak overdrijft en als men al eens concretere aantallen geeft, die dan voornamelijk focussen op de ridders, degenen wiens naam men kent. Het voetvolk was een anonieme massa. Op basis van Jan van Heelu en andere bronnen weten we het volgende over de verliezen:
  • Brabant en Luxemburg leden de zwaarste verliezen. Zij zaten dan ook in het heetst van de strijd. Kenmerkend daarvoor was de dood van de graaf van Luxemburg en zijn drie (half)broers en de oom van de brabantse hertog.
  • Bij Gelre valt het lage aantal doden en het hoge aantal gevangenen op. Zij lijken niet zo gemotiveerd geweest te zijn om te vechten. Een deel van hen ging al meteen het Brabantse kamp plunderen.
  • Ook veel ridders van de aartsbisschop van Keulen werden gevangen genomen.
  • De inwoners van de stad Keulen leden zware verliezen in het begin van de veldslag. In een kroniek valt te lezen dat er door de slag 700 vrouwen weduwe geworden waren in de stad Keulen.
  • De Brabantse bondgenoten (Jülich, Berg, Mark en Loon) leden nauwelijks verliezen.
Algemeen wordt geschat dat de winnaars zo’n 600 à 800 man verloren en de verliezers zo’n 1000 à 1200 man.

Een nederlaag kost  ook gigantisch veel geld. Niet enkel losgeld, maar je moet je leenmannen ook vergoeden voor de schade die ze geleden hebben: strijdrossen, wapenuitrusting en dergelijke en zij moeten op hun beurt weer hun leenmannen vergoeden. De zwaarst getroffenen zijn natuurlijk de inwoners van het hertogdom Limburg, dat voor een groot deel verwoest was. Veel mensen waren alles kwijt.

Maar ook voor de overwinnaars was het niet helemaal feest. 5 jaar na de overwinning waren de Brabantse financiën nog steeds niet in orde. Oorlog kost nu eenmaal handenvol geld, ook als je wint.

Meteen na de slag

De vijandelijkheden waren echter niet afgelopen. Na de zege in Woeringen wilden de overwinnaars zo veel mogelijk profiteren van het momentum. Hun tegenstanders waren dood of gevangen. De burgers van Keulen veroverden de burcht van Woeringen en maakten ze met de grond gelijk. De stenen werden triomfantelijk naar Keulen gebracht en in de stadsmuur verwerkt. Andere aartsbisschoppelijke burchten aan de Rijn ondergingen hetzelfde lot. Ook de graven van Mark en Jülich, soms geholpen door de burgers van Keulen, veroverden aartsbisschoppelijk gebied
image-170245-2_stadtmauer_hansaring.jpg
stadsmuur Keulen
image-151166-wapenschild_Adolf_von_Berg.w640.jpg
Graafschap Berg

Gevolgen voor Berg en Mark

19 mei 1289 was dan de grote dag: in het kasteel Burg an der Wupper (bij Solingen) kwam de grote verzoening tot stand kwam tussen de hertog van Brabant, de graven van Berg en de aartsbisschop van Keulen. Die erkende alle bezittingen van het gravenhuis van Berg, ook de recent verworven. Hij verzaakte aan zijn recht in het graafschap Berg versterkingen te mogen bouwen. Het interdict en de kerkban die over het graafschap en de graaf van Berg waren uitgesproken werden opgeheven. De graaf van Berg kreeg het recht terug om munten te slaan, dat hij in het verleden aan de aartsbisschop had moeten afstaan. Daarmee toonde hij zijn onafhankelijkheid aan de wereld. De aartsbisschop van Keulen betaalde 12.000 Mark losgeld. De graaf van Mark kreeg gelijkaardige voorwaarden.
image-151167-wapenschild_Eberhard_von_der_Mark.w640.jpg
Graafschap Mark
Graafschap Jülich

Gevolgen voor Jülich

De situatie in Jülich was complexer, omdat daar een strijd aan de gang was over wie de graventitel mocht dragen, maar daar gaan we hier niet dieper op in. Jülich bleef een graafschap en voorlopig minder onafhankelijk dan Berg en Mark. In de verdere geschiedenis van Brabant komen we Jülich (Gulik in het Nederlands) nog wel tegen, want twee dochters uit het huwelijk van Godfried van Brabant (broer van de hertog) en Johanna van Vierzon zouden huwen met de graaf van Jülich en zijn broer en o ironie: op 11 juli 1302 op de Groeningekouter bij Kortrijk sneuvelden Godfried van Brabant en zijn enige zoon in de Guldensporenslag tegen het Vlaamse leger (Brabant vocht mee aan Franse zijde) waarvan één van de leiders … Willem van Gulik heette, neef van de graaf van Jülich in Woeringen. De wereld is klein.
Hertogdom Limburg

Gevolgen voor Limburg

De aartsbisschop en de hertog hadden zich dus verzoend, maar daarmee was de kous niet af. De slag was dan wel gestreden, de oorlog was niet voorbij. De heer van Valkenburg bevocht nog altijd de Brabanders. Had Brabant dus Limburg, de inzet van de strijd, in handen? Nee! De overwinning in Woeringen leidde dus niet tot de annexatie van Limburg. Daarvoor was geen geweld, maar diplomatie nodig en dat zou nog even duren.

De aartsbisschop van Keulen moest neutraal blijven in de afhandeling van het conflict rond Limburg op straffe van een boete van 30.000 Mark. Doordat de graaf van Gelre gevangen was genomen (en trouwens in Leuven gevangen zat), gingen de besprekingen om Limburg verder met zijn schoonvader, de graaf van Vlaanderen. De Vlaamse graaf, via zijn tweede vrouw verwant aan de hertogen van Limburg, had zelf wel interesse in Limburg en wilde redden wat er te redden viel. Ei zo na kwam het tot een oorlog tussen Vlaanderen en Brabant. Het was uiteindelijk de Franse koning Filips de Schone die bemiddelde en bekwam dat de graaf van Gelre in oktober 1289 (dan pas!) zijn erfrecht op Limburg opgaf ten gunste van de hertog van Brabant, maar die had nog meer eisen en de graaf moest nog meer gebied afstaan (o.a. Duisburg, Sprimont, Herzogenrath, Wassenberg, Herve en Tiel). Voor de aandachtige lezer: de graaf van Luxemburg had het erfrecht op Limburg toch overgekocht van de graaf van Gelre? Ja, maar de Luxemburgse graaf was dood en vermoedelijk was het geld ook nog niet betaald, vandaar dat Luxemburg niets meer in de erfenispap te brokken had.
Graafschap Gelre

Gevolgen voor Gelre

Als vrij man keerde Reinoud terug naar Gelre, maar wel met een berg schulden. Hij moest Gelre en heel wat andere gebieden verpanden aan zijn schoonvader, de graaf van Vlaanderen. Tien jaar later kreeg hij ze terug en pas daarna, in oktober 1299 verzoende hij zich met de stad Keulen. Voortaan richtte Gelre zich niet meer naar het zuiden in zijn ‘buitenlands’ beleid, maar naar het noorden.

Gevolgen voor Brabant

De hertog van Brabant werd de machtigste man aan de Nederrijn. Ok, Limburg had zwaar geleden in de oorlog: burchten en steden verwoest, de Limburgse adel had verliezen geleden in Woeringen, maar Limburg bleef nog altijd een interessante oorlogsbuit. De droom om het hertogdom Nederlotharingen weer in ere te herstellen, was weer een stap dichterbij gekomen. Nu was er vooral een periode van vrede nodig om de verbroken banden weer te herstellen. Eigenlijk was er heel wat verwantschap tussen het Brabantse en het Luxemburgse huis en dat werd hersteld door het huwelijk in 1292 van de dochter van hertog Jan met graaf Heinrich VII van Luxemburg. In 1308 zou die man trouwens koning van het Heilige Roomse Rijk worden, maar toen was hertog Jan al overleden.

In februari 1290 liet hertog Jan in de Sint-Goedele in Brussel een kapel oprichten voor de drie koningen, wier hulp hij tijdens de slag had afgeroepen. Elk jaar, op de verjaardag van de slag, zouden daar aalmoezen aan de armen uitgedeeld worden. Hij maakte zijn overwinning ook zichtbaar door de Limburgse leeuw in zijn wapenschild op te nemen.

Gevolgen voor de stad en de aartsbisschop van Keulen

Een jaar na Woeringen kwam het tot een verzoening tussen stad en aartsbisschop van Keulen. Het was een korte tekst, die zei dat de vijandelijkheden voorbij waren en er geen schadevergoedingen betaald moesten worden aan elkaar. Na de slag hadden de Keulse burgers de aartsbisschop zo goed als onteigend en beslag gelegd op zijn financiën. Terwijl hij in gevangenschap zat, moet hij voor alles betalen: eten, drinken, een warme mantel. Hij werd gepluimd, maar met zijn vrijheid herwon hij ook zijn kracht en ambitie. Hij had weer bewegingsvrijheid. Toen de Duitse koning Rudolf overleed, stelde de aartsbisschop alles in het werk om zijn banierdrager bij Woeringen, Adolf van Nassau (neef van Jutta) tot Roomse koning te laten kronen. Adolf beloofde alles weer terug te draaien naar voor 5 juni 1288, maar het bleef bij woorden. Van de droom om een machtig vorstendom te maken dat het aartssticht verbond met het hertogdom Westfalen (waar Siegfried vandaan kwam), kwam niets in huis.

Er kwam ook nog een proces tegen de stad Keulen, omdat die in 1287 trouw had gezworen aan de aartsbisschop en een jaar later een bondgenootschap aanging met de vijand, de hertog van Brabant. Er werden getuigen verhoord, maar die waren allemaal pro aartsbisschop, want de andere burgers durfden de residentie van de aartsbisschop niet beterden, uit schrik gearresteerd te worden. De uitkomst van het proces kon dan ook door het kleinste kind voorspeld worden: de stad was schuldig en moest de kolossale som van 200.000 Mark betalen. Wat ze nooit deed uiteraard. Ook in de stad werd een kapel opgericht om de slag te herdenken. Tot de zestiende eeuw trok de stadsraad op de verjaardag van de slag in processie naar die kapel, om te gedenken hoe de macht van de aartsbisschop gebroken werd.

Besluit

Algemeen kan je stellen, als we naar het grotere plaatje kijken, dat de slag bij Woeringen eigenlijk geen breuk of grote ommekeer was in de geschiedenis van het noordwestelijke deel van het Duitse Rijk. De droom van de aartsbisschop van Keulen om een machtig vorstendom te creëren zou toch nooit gelukt zijn omwille van zijn opstandige leenmannen en het hertogdom Brabant vormde door zijn grootte en vooral dan het feit dat het een groot aaneengesloten geheel was, in tegenstelling tot vele andere vorstendommen, een te sterke tegenstander. De gevolgen die we besproken hebben voor de regio zouden hoe dan ook vroeg of laat gebeurd zijn; de veldslag heeft het enkel wat versneld.

Wil je nog meer weten, neem dan een kijkje in de bibliografie over de slag bij Woeringen.